In de oude Romeinse cultuur bestonden taarten uit ronde bodems gemaakt van bloem en noten. De taarten rezen met behulp van gist en werden gezoet met honing. De taarten werden geserveerd tijdens speciale gelegenheden. In Europa was er tijdenlang geen verschil tussen brood en taart, het enige onderscheid viel te maken op de smaak; de taart had een zoete smaak, het brood niet.
Gedurende de 17e eeuw kreeg de verjaardagstaart ongeveer haar huidige vorm. Deze vaak rijk gevulde taarten waren alleen betaalbaar voor de rijkere. Door de opkomst van de industriële revolutie werden de taarten voor een breder publiek toegankelijk doordat de productiemiddelen goedkoper werden.
In de Chinese cultuur worden veel taarten gestoomd in plaats van gebakken, omdat veel inwoners daar niet beschikken over een oven.